Artikels:
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Artikel 1. Voor het begrotingsjaar 2012, worden de lopende ontvangsten van het Waalse Gewest geraamd op 6.426.457.000 euro, overeenkomstig Titel I van de bij dit decreet gevoegde tabel.
Art.2. Voor het begrotingsjaar 2012, worden de kapitaalontvangsten van het Waalse Gewest geraamd op 623.888.000 euro, overeenkomstig Titel II van de bij dit decreet gevoegde tabel.
Art.3. De belastingen en taksen geïnd ten bate van het Gewest die op 31 december 2011 bestaan, zullen worden ingevorderd tijdens het jaar 2012, overeenkomstig de wetten, decreten en tarieven die de grondslag en de inning daarvan regelen.
Art.4. § 1. De Minister van Begroting en Financiën wordt gemachtigd tot dekking, door leningen die zowel in België als in het buitenland mogen worden uitgegeven, in euro of in vreemde valuta :
1° van de financiering van de begrotingsuitgaven niet gedekt door de begrotingsontvangsten;
2° van de terugbetaling van de nog niet-afgeschreven leningen en obligaties van in euro of in vreemde valuta uitgeschreven leningen waarvan de eindtermijn in 2012 is vastgesteld;
3° van de vervroegde gehele of gedeeltelijke terugbetaling van in euro of in vreemde valuta uitgeschreven leningen, overeenkomstig de bepalingen van de ministeriële emissiebesluiten of leningsovereenkomsten;
4° van de verrichtingen van dagelijks beheer van de Schatkist of van de in het belang van de Schatkist verwezenlijkte verrichtingen van financieel beheer, met inbegrip van de voor hun goede afloop nodige beleggingen.
§ 2. De Minister van Begroting en Financiën wordt ertoe gemachtigd, met instemming van de houders en overeenkomstig de marktvoorwaarden, bestaande leningen geheel of ten dele om te zetten in leningen van het type " Thesauriebewijzen op lange termijn " en de termijn ervan aan te passen.
Art.5. De Minister van Begroting en Financiën is gemachtigd :
1° tot het scheppen van thesauriebewijzen of van andere financieringsmiddelen die interest opbrengen, ten belope van het bedrag van de af te sluiten leningen, zowel in België als in het buitenland, in euro of in vreemde valuta;
2° tot uitvoering van elke verrichting van dagelijks beheer van de Schatkist of van elke verrichting van financieel beheer die verwezenlijkt wordt in het algemeen belang van de Schatkist, met inbegrip van het afsluiten van beleggingsovereenkomsten die voor hun goede afloop noodzakelijk zijn en met inachtneming van het voorzichtigheidsprincipe;
3° tot aanpassing van de terugbetalingsvoorwaarden en -termijnen, met instemming van de uitleners, wat betreft de door het Waalse Gewest in België of in het buitenland uitgeschreven privéleningen;
4° tot uitvoering van de in artikel 7, tweede lid, bepaalde financiële beheersverrichtingen wat betreft de door het Waalse Gewest in België of in het buitenland uitgeschreven leningen.
Art.6. De voorlopige uitgaven inzake de samenstelling van activa (openbare leningen en thesauriebewijzen op lange termijn) en de bijkomende kosten, alsook de ontvangsten voortvloeiend uit de tegeldemaking van deze samengestelde activa, de bijkomende uitgaven en de ontvangsten die eruit voortvloeien kunnen geboekt worden op speciaal daartoe geopende bankrekeningen bij een in België gevestigde financiële instelling naar Belgisch recht, waarmee het Waalse Gewest een overeenkomst van financieel agent gesloten heeft, als wettelijk gevolg van het gebruik van de in artikel 6, 1°, bedoelde financiële middelen, inzonderheid de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende het toezicht op de instellingen die erkend zijn om rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de plaatselijke overheden of de openbare instellingen bij te houden.
De samengestelde activa kunnen ook ingeschreven worden op bijzondere effectenrekeningen die daartoe namens de Waalse Schatkist geopend zijn bij een in België gevestigde financiële instelling naar Belgisch recht, waarmee het Waalse Gewest een overeenkomst van financieel agent gesloten heeft, die wettelijk voortkomt uit het gebruik van de in artikel 6, 1°, bedoelde financiële middelen, inzonderheid de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende het toezicht op de instellingen die erkend zijn om rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de plaatselijke overheden of de openbare instellingen bij te houden.
Art.7. De Minister van Begroting en Financiën is ertoe gemachtigd volgende inkomsten af te trekken van de leningslasten van Wallonië :
1° de inkomsten van de in het kader van de beheersverrichtingen van de Schatkist waarvan sprake in artikel 5, 1° en 2°, belegde opbrengsten van leningen in euro;
2° de aan het Waalse Gewest toegewezen inkomsten of kapitalen ten gevolge van beheersverrichtingen van de Schatkist inzake interestenswap, arbitrages, risicodekkingen zoals de opties of andere verrichtingen verwezenlijkt door middel van leningen van Wallonië en om de financiële lasten ervan te verlagen.
Art.8. Wallonië kan een bijkomende dotatie van 15.230 duizend € van de " Fédération Wallonie-Bruxelles " (Federatie Wallonië-Brussel) ontvangen.
Art.9. De thesauriesaldi van de vorige " OWDR " kunnen bestemd worden voor artikel 76.02 van afdeling 15 (Fonds inzake grondbeleid).
Art.10. In artikel 126 van het decreet van 3 juli 2008 betreffende de steun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie in Wallonië worden de volgende woorden ingevoegd :
" 4° met de sommen die aan het Gewest worden gestort in het kader van het project " RE-WILL (Recherche d'excellence - Walloon Institute for Life sciences Lead) " ".
Art.11.§ 1. Punt 1° van artikel 2 van het decreet van 19 november 1998 tot invoering van een belasting op de automaten in het Waalse Gewest wordt vervangen als volgt :
" 1° " automaat " :
de voor het publiek toegankelijke bankautomaten;
b) de geautomatiseerde loketten, namelijk de computerterminals die door de bankinstellingen ter beschikking worden gesteld voor de verschillende banktransacties, o.m. de automatische distributie van bankbiljetten;
b) de geautomatiseerde loketten, namelijk de computerterminals die door de bankinstellingen ter beschikking worden gesteld voor de verschillende banktransacties, o.m. de automatische uitvoering van betalingen en de automatische aflevering van rekeninguittreksels;
d) de zelfbedieningsbrandstofpompen waar automatische betaling mogelijk is;
e) de zelfbedieningsbrandstofpompen waar automatische betaling verplicht is;
f) geautomatiseerde tabaks, sigaren- of sigarettenautomaten. "
§ 2. § 1 van artikel 4 van hetzelfde decreet wordt vervangen als volgt :
" Art. 4. § 1. Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt :
1) [voor de automaten bedoeld in artikel 2, a), b) en c) : 3.500 euro per automaat;] (ERRATUM, zie B.St. 08-03-2012, p. 14318)
2) voor de zelfbedieningsbrandstofpompen waar automatische betaling mogelijk is :
a) voor de volledig geautomatiseerde zelfbedieningspompen : 743,56 euro per slangkraan;
b) wanneer meerdere slangkranen op één enkele meter aangesloten zijn en niet tegelijkertijd kunnen worden gebruikt : 1.062,63 euro per meter;
3) voor de zelfbedieningsbrandstofpompen waar automatische betaling verplicht is :
a) voor de volledig geautomatiseerde zelfbedieningspompen : 875 euro per slangkraan;
b) wanneer meerdere slangkranen op één enkele meter aangesloten zijn en niet tegelijkertijd kunnen worden gebruikt : 1.250euro per meter;
4) voor de geautomatiseerde tabaks, sigaren- of sigarettenautomaten : 500 euro per automaat.
Het bedrag van voormelde belastingen worden jaarlijks aangepast naar gelang van de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Vanaf het jaar 2012 worden de bedragen te innen voor het lopend belastbaar tijdperk, aangepast aan de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen tussen de maand juni van het jaar van de bekendmaking en de maand juni van het vorige jaar, jaarlijks in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt door het Operationeel Directoraat-generaal Fiscaliteit van de Waalse Overheidsdienst. "
§ 3. De bepalingen bedoeld in §§ 1 en 2 zijn toepasselijk vanaf het belastbare tijdperk 2011.
Art.12. § 1. In artikel 97, tweede lid, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008 houdende invoering van een ecomalus op de CO2-emissies van de autovoertuigen van natuurlijke personen, wordt het tweede streepje vervangen door de volgende bepaling :
" - de tweede, " ecomalus " genoemd, naar gelang van de categorie CO2-emissies van het autovoertuig dat in gebruik wordt genomen. ".
§ 2. In artikel 97bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008 houdende invoering van een ecomalus op de CO2-emissies van de autovoertuigen van natuurlijke personen, wordt § 3 vervangen door de volgende bepaling :
" § 3. Het tweede bestanddeel van de belasting verschuldigd voor de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik bedoeld in artikel 94, 1°, die in gebruik genomen worden door een in het Waalse Gewest woonachtige natuurlijke persoon, " ecomalus " genoemd, wordt berekend overeenkomstig de artikelen 97quater en 97quinquies ".
§ 3. In Titel V, hoofdstuk IV, eerste afdeling van hetzelfde Wetboek, wordt § 2, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008 houdende invoering van een ecomalus op de CO2-emissies van de autovoertuigen van natuurlijke personen en gewijzigd bij het decreet van 10 december 2009, vervangen door de volgende bepalingen :
" § 2. Berekening van de ecomalus.
Art. 97quater. § 1. Wanneer een autovoertuig in gebruik wordt genomen op het grondgebied van het Waalse Gewest, ongeacht of het al dan niet een ander autovoertuig vervangt bij de ingebruikneming ervan, wordt de ecomalus berekend op de categorie CO2-emissies van dat onlangs op het grondgebied van het Waalse Gewest in gebruik genomen voertuig.
§ 2. De CO2-emissies van het onlangs op het grondgebied van het Waalse Gewest in gebruik genomen autovoertuig worden ingedeeld volgens de CO2-emissieniveaus vermeld in kolom I van onderstaande tabel.
Het cijfer tegenover elk CO2-emissieniveau in kolom II van onderstaande tabel wordt " emissiecategorie van het onlangs in gebruik genomen autovoertuig " genoemd :
I | II |
CO2-emissies van het onlangs in gebruik genomen autovoertuig | Emissiecategorie van het onlangs in gebruik genomen autovoertuig |
Van 0 tot 98 | 1 |
Van 99 tot 104 | 2 |
Van 105 tot 115 | 3 |
Van 116 tot 125 | 4 |
Van 126 tot 135 | 5 |
Van 136 tot 145 | 6 |
Van 146 tot 155 | 7 |
Van 156 tot 165 | 8 |
Van 166 tot 175 | 9 |
Van 176 tot 185 | 10 |
Van 186 tot 195 | 11 |
Van 196 tot 205 | 12 |
Van 206 tot 215 | 13 |
Van 216 tot 225 | 14 |
Van 226 tot 235 | 15 |
Van 236 tot 245 | 16 |
Van 246 tot 255 | 17 |
Vanaf 256 | 18 |
Het cijfer dat staat voor de emissiecategorie van het onlangs in gebruik genomen autovoertuig, zoals vermeld in kolom II van de tabel hierboven, voor zover het kleiner is dan 15, wordt verminderd met 1 als de rechthebbende op de datum van ingebruikneming van het voertuig drie kinderen ten laste heeft, of met 2 als hij minstens vier kinderen ten laste heeft; de Minister van Financiën van het Waalse Gewest bepaalt de toekenningsmodaliteiten van bovenvermeld voordeel dat, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de belanghebbende zou kunnen worden toegekend.
Wat betreft de voertuigen die op de datum van ingebruikneming van het voertuig in een inschrijvingsregister ingeschreven staan als voertuigen met vloeibaar petroleumgas als brandstoftype of energiebron, wordt het cijfer van de emissiecategorie van het onlangs in gebruik genomen autovoertuig, zoals vermeld in kolom II van de tabel hierboven, verminderd met 1.
§ 3. Het tweede bestanddeel van de belasting, vermeld in artikel 97, tweede lid, ecomalus genoemd, is het bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van de bedragen berekend overeenkomstig 97quinquies, ten opzichte van het cijfer dat staat voor de emissiecategorie van van het onlangs in gebruik genomen autovoertuig, berekend overeenkomstig § 2.
Art. 97quinquies. Het bedrag van de ecomalus wordt vastgelegd als volgt :
I | II |
Cijfer dat staat voor de emissiecategorie van het onlangs in gebruik genomen autovoertuig, desgevallend verminderd overeenkomstig artikel 97quater, § 2, derde en vierde lid | Bedrag van de ecomalus |
7 | 100 € |
8 | 175 € |
9 | 250 € |
10 | 375 € |
11 | 500 € |
12 | 600 € |
13 | 700 € |
14 | 1.000 € |
15 | 1.200 € |
16 | 1.500 € |
17 | 2.000 € |
18 | 2.500 € |
In afwijking van dit tabel, is het bedrag van de ecomalus gelijk aan 0 euro voor de voertuigen bedoeld bij artikel 2, § 2, tweede lid, 7° van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen en die onder het bijzondere kentekenplaat zoals bedoeld in artikel 4, § 3, van het ministerieel besluit van 23 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen.
De Waalse Regering kan de bedragen en categorieën bedoeld in dit § 3 wijzigen. Ze zal het Waalse Parlement, onmiddellijk als het in vergadering is, of anders bij de opening van zijn eerstvolgende zitting, een ontwerp-decreet ter bevestiging van de aldus genomen besluiten voorleggen. "
§ 4. In Titel V, hoofdstuk IV, eerste afdeling van hetzelfde Wetboek, worden § 3, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008 en gewijzigd bij het decreet van 20 december 2009 en § 3bis, ingevoegd bij het decreet van 10 december 2009, opgeheven.
§ 5. In Titel V, hoofdstuk IV, eerste afdeling van hetzelfde Wetboek, wordt § 4, ingevoegd bij het decreet van 5 maart 2008 en gewijzigd bij het decreet van 10 december 2009, § 3 en artikel 97dexies wordt artikel 97sexies.
§ 6. De bepalingen bedoeld bij § 4 blijven behouden voor de voertuigen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een bestelbon, een financieringscontract of een aankoopovereenkomst ondertekend uiterlijk op 31 december 2011 en op voorwaarde dat de rechthebbende uiterlijk op 8 juli 2012 een aanvraag samen met het bestelbon, het financieringscontract of de aankoopovereenkomst bij de dienst belast met de ecobonus indient.
Art.13. § 1. In artikel 131bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, wordt § 1 vervangen door de volgende tekst, luidend als volgt :
" § 1. In afwijking van artikel 131 wordt voor de schenkingen onder levenden van onroerende goederen op het bruto-aandeel van elk der begiftigden een evenredig recht geheven van :
1° 3,3 % voor de schenkingen in de rechte lijn, tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden;
2° 5,5 % voor de schenkingen tussen broers en zusters, tussen ooms of tantes en neven of nichten;
3° 7,7 % voor de schenkingen aan andere personen. "
§ 2. In artikel 44 van hetzelfde Wetboek vervallen de volgende woorden : " , of op 10 % indien voornoemde overdrachtsovereenkomsten aanleiding geven tot de toekenning van een hypothecair krediet aan de koper overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2007 houdende het reglement van de hypothecaire leningen van de " Société wallonne de Crédit social " (Waalse Maatschappij voor Sociaal Krediet) en de " Guichets du Crédit social " (Sociale Kredietloketten) of tot de toekenning van een hypothecaire lening door het " Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie " (Woningfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië) overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 25 februari 1999 betreffende de hypothecaire leningen en de huurtegemoetkoming van het " Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie " (Woningfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië) ".
§ 3. In artikel 209 van hetzelfde Wetboek, wordt punt 6° vervangen door de volgende tekst, luidend als volgt :
" 6° de rechten geïnd wegens een rechtsakte die geregistreerd wordt voordat het tarief voor die handeling verminderd wordt tot 5 % zoals vastgelegd in de artikelen 44, 53 en 57, ten belope van de bijkomende rechten tussen het percentage dat toegepast wordt bij de registratie van de akte en het verminderd tarief bedoeld in laatstgenoemde bepalingen; die teruggaaf is gekoppeld aan de voorwaarde van de formulering, onderaan op de akte van de hypothecaire lening, van een verzoek tot teruggaaf, die recht geeft op de vermindering op de verkoopakte van het pand waarop de hypotheek betrekking heeft, ondertekend door de koper en de instrumenterend notaris, vóór de registratie van die leningsakte; dat verzoek onderaan op de akte moet de naam van de begunstigde van de teruggaaf bevatten, en in voorkomend geval het nummer van de rekening waarop het bedrag van de terug te geven rechten gestort moet worden; ".
§ 4. Dit artikel treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. §§ 2 en 3 zijn echter van toepassing op alle authentieke akten verleden vanaf 1 januari 2012, zelfs indien een overeenkomst wordt vastgesteld die vóór die datum het voorwerp heeft uitgemaakt van een onderhandse akte. Bedoelde authentieke akte zal blijven onderworpen aan de voormalige rentevoet van 10 % als hij wordt ingediend bij het registratiekantoor op hetzelfde ogenblik als voormelde onderhandse akte, met het bewijs dat de door de " Société wallonne de Crédit social " (Waalse Maatschappij voor Sociaal Krediet) en de " Guichets du Crédit social " (Sociale Kredietloketten) of door het " Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie " (Woningfonds van de Kroostrijke Gezinnen van Wallonië) toegekende hypothecaire lening op basis van een aanvraag ingediend uiterlijk op 31 decembre 2011 is toegekend.
HOOFDSTUK II. - Bepalingen betreffende afval
Art.14. In artikel 5 van het fiscaal decreet tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen, wordt § 1 vervangen door " het bedrag van de belasting op het storten van huisafval in " C.E.T. " wordt vanaf het boekjaar 2010 vastgelegd op 60 euro/ton voor ongevaarlijke afval en op 65 euro/ton voor gevaarlijke afval. Deze bedragen betreffende thuisafval worden vanaf het boekjaar 2012 verhoogd met een bedrag van 2 euro/ton, onafhankelijk van en ter aanvulling van de op het bedrag van 2010 toegepaste index ".
In artikel 5 van hetzelfde decreet, wordt § 2 vervangen door " het bedrag van de belasting op het storten van niet- huishoudelijke afval in " C.E.T. " wordt vanaf het boekjaar 2010 vastgelegd op 60 euro/ton. Wat betreft ongevaarlijke thuisafval, wordt het bedrag, vanaf het boekjaar 2010, vastgelegd op 65 euro/ton. Deze bedragen betreffende thuisafval worden vanaf het boekjaar 2012 verhoogd met een bedrag van 2 euro/ton, onafhankelijk van en ter aanvulling van de op het bedrag van 2010 toegepaste index ".
Art.15. In artikel 6 wordt § 1 vervangen door :
" Het bedrag van de belasting wordt verminderd als volgt :
1° 25 euro/ton als het gaat om resten van behandeling door verbranding, om vliegas uit thermische centrales, afval uit een behandeling door inertage of stabilisering, niet inert gietzand en resten van de behandeling van afval uit de productie of de vervaardiging van gietijzer en staal;
2° 15 euro/ton als het gaat om afval uit de afbraak van autowrakken en schroot;
3° 16 euro/ton als het gaat om niet inerte resten van glasrecyclingseenheden die gebruik maken van selectief ingezameld glas voor de productie van nieuw glas;
4° 60 euro/ton als het gaat om inerte afval, onverminderd 10°, met inbegrip van inerte afval uit steenbergen en vergunde opslagplaatsen, die naar centra voor technische ingraving afgevoerd moet worden in het kader van veiligheidsmaatregelen goedgekeurd door de bevoegde ambtenaren wanneer andere beheersprocessen dan uitgraving en storting in centra voor technische ingraving volgens de Dienst enorme uitgaven zouden teweegbrengen of niet toegepast zouden kunnen worden;
5° 3 euro/ton als het gaat om andere afval dan die bedoeld in 10°, voortgebracht door grondsaneringsverrichtingen goedgekeurd door de ambtenaren die de Regering aanwijst of door de Regering zelf wanneer andere beheersprocessen dan uitgraving en storting in centra voor technische ingraving volgens de Dienst enorme uitgaven zouden teweegbrengen of niet toegepast zouden kunnen worden;
6° 3 euro/ton als het gaat om resten en andere verontreinigde gronden uit vergunde grondsaneringscentra dan die bedoeld in 10° ;
7° 3 euro/ton als het gaat om afval uit de vervaardiging van glasvezels, stoffen uit de bedding, oevers en bijbehorende kunstwerken van waterlopen en -vlakken, afval uit de behandeling van water om het drinkbaar te maken, afval van ijzeroxide uit de zinkproductie, gekend onder de naam jarosiet en goethiet, en ganggesteente van mangaanerts uit de productie van mangaanzouten en -oxiden;
8° 3 euro/ton als het gaat om afval die fosfogips, slib van sodafabrieken, slib van de zuivering van zoutoplossingen van minerale stoffen en mijnafval bevat;
9° 3 euro/ton als het gaat om slib of vaste resten van de vervaardiging van gerecycleerde papierbrij uit bedrijven die papier- en kartonafval gedeeltelijk of geheel als grondstof gebruiken voor de productie van nieuw papier en karton;
10° 0,25 euro/ton als het gaat om gronden die in aanmerking komen voor " C.E.T. " van klasse 3 of klasse 5.3, met uitzondering van die welke gebruikt worden als eindafdekking en voor het herstel van de centra voor technische ingraving;
11° 0 euro/ton als het gaat om afval die asbestvezels bevat, alsook om valoriseerbare afval gebruikt in " C.E.T. " als vervangingsmiddelen voor producten of uitrustingen die nodig zijn voor de exploitatie en de sanering van een " C.E.T. ", overeenkomstig de exploitatievergunning of de milieuvergunning.
De verlaagde percentages, zoals vastgelegd in het eerste lid, zijn slechts toepasselijk op afvalstoffen die in " C.E.T. " gestort mogen worden. "
Art.16. Artikel 10 van hetzelfde decreet van 22 maart 2007 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Het bedrag van de belasting op verbranding van ongevaarlijke afval met warmteterugwinning wordt voor het boekjaar 2012 op 8,1 euro/ton vastgelegd.
Bij verbranding zonder warmteterugwinning wordt het bedrag bedoeld in het vorige lid op 50 euro/ton vastgelegd.
§ 2. Als de afvalverbranding niet gedekt is door een milieu- of exploitatievergunning overeenkomstig de geldende wetgeving, wordt het bedrag van de belasting op 150 euro/ton vastgelegd, met een minimum van 150 euro. "
Art.17. Artikel 11 van hetzelfde decreet van 22 maart 2007 wordt vervangen door wat volgt :
" § 1. Het bedrag van de belasting op verbranding van gevaarlijke afval met warmteterugwinning wordt voor het boekjaar 2012 op 24 euro/ton vastgelegd.
Bij verbranding zonder warmteterugwinning wordt het bedrag bedoeld in het vorige lid op 60 euro/ton vastgelegd.
§ 2. Als de afvalverbranding niet gedekt is door een milieu- of exploitatievergunning overeenkomstig de geldende wetgeving, wordt het bedrag van de belasting op 600 euro/ton vastgelegd, met een minimum van 600 euro. "
Art.18. In artikel 12, wordt het tweede lid van hetzelfde decreet van 22 maart 2007, vervangen door wat volgt :
" In afwijking van de artikelen 10, § 1, en 11, § 1, wordt het bedrag van de belasting op verbranding van afval uit grondsaneringshandelingen die zijn goedgekeurd door de ambtenaren die de Regering aanwijst of door de Regering zelf op 2 euro/ton vastgelegd in geval van warmteterugwinning en op 3 euro/ton zonder warmteterugwinning. "
Art.19. In artikel 16 van hetzelfde decreet van 22 maart 2007, wordt § 1 (Justel leest : § 1, eerste lid) vervangen als volgt :
" Het bedrag van de belasting bedoeld in dit hoofdstuk wordt vanaf het boekjaar 2012 op 6,75 euro/ton vastgelegd. "
HOOFDSTUK III. - Bepalingen betreffende water
Art.20.[1 § 1.]1 In artikel D.252 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° § 2 wordt vervangen door :
" § 2. De winningen van tot drinkwater verwerkbaar water worden onderworpen aan een jaarlijkse winningsbelasting waarvan het bedrag op 0,0756 euro per m3; wordt vastgelegd.
De andere grondwaterwinningen, met uitzondering van de winningen kleiner dan 3 000 m3, worden onderworpen aan een jaarlijkse winningsbelasting waarvan het bedrag als volgt wordt vastgelegd :
1° van 0 tot 20 000 m3; water : 0,0248 euro per m3; uitgepompt water;
2° van 20 001 tot 100 000 m3; water : 0,0496 euro per m3; uitgepompt water;
3° boven 100 000 m3 water : 0,0744 euro per m3 uitgepompt water. ";
2° in § 3 wordt punt 6° opgeheven. "
[1 § 2. De bepalingen voorzien in § 1, 1°, treedt in werking op 1 maart 2012.]1
----------
(1)<DWG 2012-05-10/02, art. 18, 002; Inwerkingtreding : 31-12-2011>
HOOFDSTUK IV. - Bepalingen betreffende afgedankte bedrijfsruimten
Art.21. In artikel 2 van het decreet van 27 mei tot invoering van een belasting op de afgedankte bedrijfsruimten :
- wordt het getal 5 000 vervangen door het getal 1 000;
- wordt het getal 50 vervangen door het getal 25;
- wordt een lid toegevoegd, luidend als volgt :
" De belasting blijft verschuldigd indien de werken, die tot doel hebben een einde te stellen aan de belastingsredenen, worden uitgevoerd zonder de wettelijke bepalingen die erop van toepassing zijn, na te leven. ".
Art.22. In artikel 5 van hetzelfde decreet, worden de woorden " of van elke zoals in artikel 7, § 3, tweede lid, bedoelde jaarlijkse vaststelling die later dan eerstgenoemde vaststelling plaatsvindt " vervangen door de woorden " of van de latere vaststellingen bedoeld in artikel 7, § 3, tweede lid, of, bij gebrek aan vaststelling, op 1 oktober van het betrokken jaar ".
Art.23. In artikel 6 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen als volgt : " Het belastbare tijdperk is het jaar waarin een tweede vaststelling bedoeld in artikel 7, § 2, tweede lid, wordt opgemaakt, waarbij het bestaan van een in stand gehouden afgedankte bedrijfsruimte wordt vastgesteld, of de latere jaren waarin de ruimte in stand wordt gehouden, in de zin van artikel 2. "
Het derde lid wordt vervangen als volgt : " De belasting kan ingekohierd worden tot op 30 juni van het jaar volgend op het aanslagjaar. "
Art.24. In artikel 7, § 2, van hetzelfde decreet, wordt het getal twaalf vervangen door het getal negen.
Het eerste lid van § 3 wordt vervangen als volgt : " § 3. Vanaf het derde jaar wordt de ruimte geacht in stand gehouden te zijn in de zin van artikel 2. De verschuldigde kan de ambtenaren bedoeld in § 1, eerste lid, echter verzoeken een controle uit te voeren. "
Art.25. In artikel 9 van hetzelfde decreet worden de eerste drie paragrafen vervangen door wat volgt :
" § 1. De opeisbaarheid van de belasting alsmede de looptijd van de verjaring van de invordering ervan worden opgeschort in het geval bedoeld in § 2.
§ 2. De opschorting betreft de ruimten onderworpen aan de bepalingen van hoofdstuk IV van het decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer, zolang de houder van de verplichtingen, die hem overeenkomstig dit decreet zijn opgelegd, zijn verplichtingen nakomt.
§ 3. De opschorting begint te lopen vanaf het jaar waarin deze verplichtingen ontstaan.
Ze heeft betrekking op de belastingen betreffende de jaren waarin deze verplichtingen lopen.
De belastingen worden ontheven wanneer het bestuur een bodemcontrolecertificaat afgeeft overeenkomstig artikel 67 van dit decreet. "
Art.26. Hetzelfde decreet wordt aangevuld met een artikel 9bis, luidend als volgt :
" Art. 9bis. De gemeenten kunnen opcentiemen heffen op de gewestelijke belasting.
Enkel de gemeenten die jaarlijks aan de telling deelnemen alsook aan de bijwerking van de lijst van de ruimten die kunnen betrokken zijn bij deze belasting, kunnen opcentiemen heffen. "
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen
Art.27. Behoudens andere bepalingen, treedt dit decreet in werking op 1 januari 2012.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Namen, 15 december 2011.
De Minister-President,
R. DEMOTTE
De Minister van Duurzame Ontwikkeling en Ambtenarenzaken,
J.-M. NOLLET
De Minister van Begroting, Financiën, Tewerkstelling, Vorming en Sport,
A. ANTOINE
De Minister van Economie, K.M.O.'s, Buitenlandse Handel en Nieuwe Technologieën,
J.-C. MARCOURT
De Minister van Plaatselijke Besturen en de Stad,
P. FURLAN
De Minister van Gezondheid, Sociale Actie en Gelijke Kansen,
Mevr. E. TILLIEUX
De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit,
Ph. HENRY
De Minister van Openbare Werken, Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Natuur, Bossen en Erfgoed,
B. LUTGEN
BIJLAGE.
Art. N. Ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2012
(Tabel niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 29-12-2011, p. 81195-81200)