Details





Titel:

30 APRIL 2021. - Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de regels voor de toekenning van extra ICT-middelen 2021 in het kader van de Digisprong voor het gewoon en buitengewoon kleuter-, lager en secundair onderwijs en de hbo5-opleiding Verpleegkunde



Inhoudstafel:


Art. 1-7



Deze tekst heeft de volgende tekst(en) gewijzigd:



Uitvoeringsbesluit(en):



Artikels:

Artikel 1. Aan de schoolbesturen van het gewoon en buitengewoon kleuter-, lager en secundair onderwijs en de hbo5-opleiding Verpleegkunde worden ICT-middelen gegeven voor een totaal bedrag van 229.644.255 euro (tweehonderdnegenentwintig miljoen zeshonderdvierenveertigduizend tweehonderdvijfenvijftig euro). Die middelen worden op de volgende wijze verdeeld:
  1° 50.017.009 euro voor ICT-infrastructuur voor het gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en de hbo5-opleiding Verpleegkunde, behalve voor de opleidingsvormen 1 en 2 van het buitengewoon secundair onderwijs;
  2° 14.509.856 euro voor gedeeld gebruik van ICT-toestellen voor leerlingen in het kleuteronderwijs en voor de leerlingen tot en met het vierde leerjaar van het gewoon en buitengewoon lager onderwijs;
  3° 44.807.880 euro voor ICT-toestellen voor elke leerling in het vijfde en zesde leerjaar van het gewoon en buitengewoon lager onderwijs;
  4° 120.309.510 euro voor ICT-toestellen op grond van de leerlingenaantallen in de hbo5-opleiding Verpleegkunde en in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs, het eerste leerjaar van de eerste graad, het eerste leerjaar van de tweede graad, het eerste leerjaar van de derde graad en het derde leerjaar van de derde graad, behalve de opleidingsvormen 1 en 2 van het buitengewoon secundair onderwijs. De schoolbesturen beslissen vrij voor welke leerjaren binnen welke graad de middelen worden aangewend. De leerjaren, zoals hierboven vermeld, dienen enkel als berekeningsbasis om de middelen toe te kennen.

Art.2. Het bedrag per leerling wordt per specifieke toelage, vermeld in artikel 1, op de volgende wijze vastgelegd:


Doelstelling bedrag per in aanmerking komende leerling
ICT-infrastructuur in de ruime zin voor het gewoon en buitengewoon kleuter- en lager onderwijs, het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en de hbo5-opleiding Verpleegkunde, behalve voor de opleidingsvormen 1 en 2 van het buitengewoon secundair onderwijs als vermeld in artikel 1, 1° 42 euro
ICT-toestellen voor gedeeld gebruik het kleuteronderwijs tot en met het vierde leerjaar van het gewoon en buitengewoon lager onderwijs als vermeld in artikel 1, 2° 25 euro
ICT-toestellen voor het vijfde en zesde leerjaar van het gewoon en buitengewoon lager onderwijs als vermeld in artikel 1, 3° 290 euro
ICT-toestellen voor het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en de hbo5-opleiding Verpleegkunde, voor de leerlingen van het eerste leerjaar van de eerste graad, het eerste leerjaar van de tweede graad, het eerste leerjaar van de derde graad en het derde leerjaar van de derde graad, behalve voor OV 1 en 2 van het buitengewoon secundair onderwijs als vermeld in artikel 1, 4°. De schoolbesturen beslissen vrij voor welke leerjaren binnen welke graad de middelen worden aangewend. 510 euro
De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden tussen de schoolbesturen verdeeld op basis van de leerlingenaantallen die in aanmerking worden genomen voor de specifieke toelage op de teldag voor de berekening van de werkingsmiddelen voor het schooljaar 2020-2021.

Art.3. Schoolbesturen zijn ertoe gehouden het totaal van de middelen, verkregen op basis van de in artikel 2 vermelde berekeningswijze, aan te wenden in functie van de doelstellingen en dit uiterlijk in het schooljaar 2022-2023.
  In het geval met de toegekende middelen de doelstelling is bereikt kunnen de resterende middelen aangewend worden voor een andere doelstelling zoals bepaald in artikel 2.
  In afwijking van het vorige lid kunnen schoolbesturen die reeds in het schooljaar 2020-2021 werken met een huur, huurkoop of aankoopprogramma voor ICT-toestellen de middelen uiterlijk tot en met het schooljaar 2023-2024 aanwenden.
  Wat betreft de doelstelling om voor leerlingen ICT-toestellen beschikbaar te maken, kan het schoolbestuur ICT-toestellen aankopen, leasen of huren.
  De schoolbesturen bepalen autonoom welk type ICT-toestel ze aankopen, huren of leasen om te delen of ter beschikking te stellen van de leerlingen alsook de volgorde in het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs in functie van hun pedagogisch project.
  Wordt ook als huur beschouwd: het model waarbij het schoolbestuur kiest voor een systeem waar leerlingen gebruik maken van een eigen ICT-toestel. In dit geval wordt op de schoolrekening op advies van de schoolraad een af te spreken bedrag in mindering van de schoolrekening gebracht.
  Voor de leerlingen uit het buitengewoon onderwijs en leerlingen met bijzondere noden in het gewoon onderwijs kunnen de middelen voor ICT-toestellen ook aangewend worden voor aangepaste digitale leermiddelen.

Art.4. Bij de aankoop van de ICT-toestellen houden de schoolbesturen rekening met de wet van 17 juni 2016 inzake de overheidsopdrachten.

Art.5. In dit artikel wordt verstaan onder AGODI: het Agentschap voor Onderwijsdiensten opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Onderwijsdiensten.
  De aanwending van de middelen wordt verantwoord op basis van facturen met ingangsdatum vanaf 1 januari 2021.
  Schoolbesturen dienen hun verantwoording te verstrekken aan AGODI uiterlijk op 30 april 2024. De schoolbesturen die hun middelen uiterlijk in schooljaar 2023-2024 kunnen aanwenden, verstrekken de verantwoording uiterlijk op 30 april 2025.
  De documenten voor de verantwoording worden ook in de scholen bewaard, om de rapportering aan en de controle door AGODI mogelijk te maken.

Art.6. De schoolbesturen dienen onverwijld de middelen of een gedeelte van de middelen terug te betalen indien AGODI vaststelt dat de toekenningvoorwaarden niet werden nageleefd of indien deze werden aangewend voor andere doeleinden dan waartoe ze werden verleend.

Art. 7. De Vlaamse minister van Onderwijs, Sport, Dierenwelzijn en Vlaamse Rand is belast met de uitvoering van dit besluit.