8 MAART 2012. - Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van artikel 2 van het decreet van 20 november 2008 betreffende de sociale economie met het oog op de ontwikkeling van sociale economiebedrijven in de immobiliënsector(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 20-03-2012 en tekstbijwerking tot 30-10-2023)
Art. 1-11
Artikel 1. Onder de bij of krachtens dit besluit bepaalde voorwaarden kan de Minister bevoegd voor Sociale Economie, hierna " de Minister " genoemd, een ontwikkelingstegemoetkoming voor een vastgoedactiviteit toekennen aan een sociale economiebedrijf, dat als doel heeft gebouwen aan te kopen om ze te renoveren of te verbouwen ten- einde ze ter beschikking te stellen als privatieve woningen of woningen met een sociaal karakter of als ruimten die gebruikt kunnen worden door verenigingen zonder winstoogmerk of sociale economiebedrijven voor een professioneel gebruik.
Art.2.Naast de voorschriften van het decreet van 20 november 2008 betreffende de sociale economie leeft het sociale economiebedrijf, om de in artikel 4 bedoelde toelage te genieten, de volgende voorwaarden na :
1° [1 een bedrijf zijn, dat erkend is als sociale onderneming overeenkomstig artikel 8:5 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;]1
2° een project zoals bepaald in artikel 3 opzetten;
3° een vastgoedactiviteit ontwikkelen;
4° in hoofd- of in bijkomende orde het beheer van het vastgoed als maatschappelijk doel hebben;
5° de bestemming van de winst bij voorkeur aan acties gebonden ofwel aan de opvang van kinderen, ofwel aan de huisvesting, ofwel aan de inschakeling in de maatschappij en het beroepsleven van personen in een kwetsbare situatie als maatschappelijk doel hebben.
----------
(1)<BWG 2023-07-20/34, art. 33, 003; Inwerkingtreding : 09-11-2023>
Art.3. Het project ingediend bij de Directie Sociale Economie van het Departement Economische Ontwikkeling van het Operationele Directoraat-generaal Economie, Tewerkstelling en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst, hierna " het bestuur " genoemd, beoogt :
1° de aankoop van een gebouw binnen drie maanden na de indiening van het project;
2° de renovatie van een gebouw aangekocht sinds minder dan zes maanden op het moment van de indiening van het project.
Dit project, dat kadert in een sociale voortgang i.v.m. ofwel het doelpubliek gestimuleerd voor de inrichtings-, verbouwings- of renovatiewerken van het gebouw, ofwel ten opzichte van de laatste begunstigden van de bedoelde woningen of professionele ruimten, maakt de oprichting van ten minste drie bijkomende woningen en/of professionele ruimten mogelijk ten opzichte van de staat van het vastgoed van het sociale economiebedrijf op de dag van de indiening van het project.
Volgens de door de Minister bepaalde modaliteiten verbindt het sociale economiebedrijf er zich toe om :
1° het aangekochte gebouw niet te verkopen, noch af te staan tijdens vijf jaar na de betaling van de in artikel 4 bedoelde hulp;
2° eventueel na de renovatie woningen en professionele ruimten voor te stellen;
3° indien de huurruimten een sociale bestemming hebben, een partnerschap te vormen met een openbaar centra voor maatschappelijk welzijn, een gemeente, een vereniging voor de bevordering van de huisvesting, een openbare huisvestingsmaatschappij of een sociaal vastgoedagentschap.
Als het sociale economiebedrijf eigenaar is van een gebouw door een inbreng in natura van zakelijke rechten van één van zijn aandeelhouders en/of medewerkers is de voor de naleving van de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 1 of 2, in aanmerking te nemen datum, die van de officiële afstand van het gebouw aan het sociale economiebedrijf.
Art.4. § 1. De toegekende hulp bestaat uit een basistoelage voor een maximumbedrag van 60.000 euro.
§ 2. Die toelage kan maximum met 35.000 euro verhoogd worden binnen twee jaar na de toekenning van de basistoelage :
1° als het (de) aangekochte gebouw(en) gelegen is (zijn) in bevoorrechte initiatiefgebieden zoals bepaald bij het besluit van de Waalse Regering van 7 juli 1994 tot vaststelling van bevoorrechte initiatiefgebieden of in een initiatiefwijk zoals bepaald door de Minister;
2° als het (de) aangekochte gebouw(en) het mogelijk maakt(en) minstens zes woningen en/of professionele markt op de huurmarkt opnieuw te plaatsen;
3° als minstens 30 % van het aandeelhouderschap van het sociale economiebedrijf uit natuurlijke personen bestaat;
4° als minstens het derde van de huurders van de woningen betrokken zijn bij één van de partnerschappen zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, 3°;
5° als het bedrijf in het kader van de renovatiewerken die het laat uitvoeren, de overgang naar de tewerkstelling van stagiairs of werkzoekenden bij bedrijven van de bouwsector bevordert;
6° als het gebouw ter beschikking gesteld als privatieve woningen of woningen met een sociaal karakter of als ruimten die gebruikt kunnen worden door verenigingen zonder winstoogmerk of sociale economiebedrijven voor een professioneel gebruik in termen van energieprestatie van de gebouwen voldoet aan de norm " zeer lage energie ", of " Ew45 et K<=30 ".
§ 3. Die bijkomende toelage zal toegekend worden volgens de volgende criteria :
1° als minstens één van de in § 2 bedoelde criteria vervuld is, kan het sociale economiebedrijf een bijkomende toelage van maximum 15.000 euro krijgen;
2° die toelage kan tot maximum 20.000 euro verhoogd worden wanneer minstens twee van de in § 2 bepaalde criteria vervuld zijn;
3° die toelage kan tot maximum 35.000 euro verhoogd worden wanneer minstens drie van de in § 2 bepaalde criteria vervuld zijn.
§ 4. Onder woning wordt verstaan de ruimte en de voldoende uitrustingen zodat minstens een gezin, zoals bedoeld in artikel 1, 28°, van de Waalse Huisvestingscode, er voortdurend kan leven.
Onder professionele ruimte wordt verstaan de ruimte en de voldoende uitrustingen voor de voortdurende ontwikkeling van een professionele activiteit.
De Minister wordt ertoe gemachtigd om de begrippen van woning en professionele ruimte te bepalen.
Art.5. De hulp wordt toegekend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag over de minimis-steun.
Art.6. De hulp is bestemd om de beheerskosten van het project, namelijk de personeels- en werkingskosten in rechtstreeks verband met het project te dekken. Het beheer van het sociale economiebedrijf kan door een ander bedrijf waargenomen worden. Opdat zijn facturen voor de toelage in aanmerking zouden komen, moet dit bedrijf evenwel een sociale economiebedrijf zijn, dat de voorwaarden van artikel 2 naleeft en moet het omstandige facturen voordragen waarin met name de werkelijke dienstverleningsuren die het heeft uitgevoerd, worden vermeld. De hulp mag niet bestemd zijn om de aankoop- of renovatieprijs van het (en) gebouw(en), noch de desbetreffende belastingen te dekken.
De uitgaven die gedekt kunnen worden door het bedrag van de hulp beogen slechts bedragen exclusief btw, wanneer ze door het sociale economiebedrijf afgetrokken kan worden.
De hulp mag slechts één keer door eenzelfde bedrijf aangevraagd worden om de vijf jaar en onder de voorwaarden van dit besluit.
Ze wordt volgens de door de Minister bepaalde modaliteiten uitbetaald.
Art.7. Het indieningsdossier van het project omvat met name de volgende gegevens :
1° de statuten van het sociale economiebedrijf;
2° de uitleg van het project;
3° de verkoopakte of de koopakte of de akte van afstand van de zakelijke rechten van het (de) betrokken gebouw(en);
4° de begroting van het gebruik van de hulp;
5° de rekeningen van het afgesloten vorige boekhoudjaar van het sociale economiebedrijf indien het sinds minstens één jaar bestaat;
6° een zakenplan over drie jaar.
Art.8.[1 De beëdigde statutaire en contractuele personeelsleden van het Departement Inspectie van het Operationeel Directoraat-generaal Economie, Tewerkstelling en Onderzoek van de Waalse Overheidsdienst, aangewezen door de Regering, gaan de toepassing van dit besluit na, en oefenen het toezicht op de inachtneming ervan uit.
De inspecteurs oefenen die controle uit overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 28 februari 2019 betreffende de controle van de wetgevingen en reglementeringen inzake het economisch beleid, het tewerkstellingsbeleid en het wetenschappelijk onderzoek alsook de invoering van administratieve geldboeten toepasselijk in geval van inbreuk op deze wetgevingen en reglementeringen.]1
----------
(1)<BWG 2019-04-04/64, art. 32, 002; Inwerkingtreding : 01-07-2019>
Art.9. De Minister beslist over de terugbetaling door het sociale economiebedrijf van de ten onrechte geïnde hulp wanneer met name en onverminderd de bepalingen van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof, de bij of krachtens dit besluit uitgevaardigde verplichtingen niet nageleefd worden.
De Minister kan beslissen over de modaliteiten voor de invordering van de ten onrechte geïnde hulp die bij elk rechtsmiddel met inbegrip van de compensatie wordt verricht.
Art.10. Het besluit van de Waalse Regering van 30 november 2006 waarbij een gemachtigde opdracht aan de " SOWECSOM " toegewezen wordt met het oog op de uitvoering van het " VESTA "-project, wordt opgeheven.
Art. 11. De Minister bevoegd voor Sociale Economie is belast met de uitvoering van dit besluit.