29 JANUARI 2010. - Ministerieel besluit tot vaststelling van de bijkomende erkenningscriteria voor kandidaten, stagemeesters en stagediensten voor de beroepsbekwaamheid in de oncologie specifiek voor geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de gastro-enterologie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-02-2010 en tekstbijwerking tot 29-05-2015)
HOOFDSTUK I. - Bijkomende specifieke criteria voor de erkenning in de oncologie voor geneesheren-specialisten in de gastro-enterologie, vastgesteld overeenkomstig artikel 10, § 4, van het ministerieel besluit van 26 september 2007 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de medische oncologie en van de bijzondere beroepsbekwaamheid in de oncologie evenals van stagemeesters en stagediensten voor deze discipline en deze bijzondere beroepsbekwaamheid
Art. 1
HOOFDSTUK II. - Bijkomende specifieke criteria voor het behoud van de erkenning in de oncologie voor geneesheren-specialisten in de gastro-enterologie, vastgesteld overeenkomstig artikel 11, § 2, 4°, van het voornoemde ministerieel besluit van 26 september 2007
Art. 2
HOOFDSTUK III. - Bijkomende specifieke criteria voor de erkenning van stagemeesters in de oncologie voor geneesheren-specialisten in de gastro-enterologie, vastgesteld overeenkomstig artikel 12, § 4, van het voornoemde ministerieel besluit van 26 september 2007
Art. 3
HOOFDSTUK IV. - Bijkomende specifieke criteria voor de erkenning van stagediensten in de oncologie voor geneesheren-specialisten in de gastro-enterologie, vastgesteld overeenkomstig artikel 13, § 3, van het voornoemde ministerieel besluit van 26 september 2007
Art. 4
HOOFDSTUK V. [1 - Overgangsbepalingen]1
Art. 5
HOOFDSTUK I. - Bijkomende specifieke criteria voor de erkenning in de oncologie voor geneesheren-specialisten in de gastro-enterologie, vastgesteld overeenkomstig artikel 10, § 4, van het ministerieel besluit van 26 september 2007 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de medische oncologie en van de bijzondere beroepsbekwaamheid in de oncologie evenals van stagemeesters en stagediensten voor deze discipline en deze bijzondere beroepsbekwaamheid
Artikel 1. De houder van de bijzondere beroepstitel van geneesheer-specialist in de gastro-enterologie bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde, die wenst erkend te worden als geneesheer-specialist, houder van de bijzondere beroepstitel in de oncologie, bedoeld in artikel 2 van hetzelfde koninklijke besluit van 25 november 1991, beantwoordt, naast de elementen bedoeld in artikel 9 en 10 van het ministerieel besluit van 26 september 2007 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, houders van de bijzondere beroepstitel in de medische oncologie en van de bijzondere beroepsbekwaamheid in de oncologie, evenals van stagemeesters en stagediensten voor deze specialiteit en deze bijzondere beroepsbekwaamheid, aan volgende criteria, vastgesteld overeenkomstig artikel 10, § 4, van hetzelfde ministerieel besluit van 26 september :
1° het volbrengen van tenminste zes maanden van de stageperiode in een erkende stagedienst voor de opleiding in de medische oncologie;
2° het verwerven van de nodige kennis die is afgestemd op :
a) de pathofysiologie van de verschillende soorten primaire gastro-intestinale tumoren;
b) de aangepaste diagnostische technieken voor de verschillende soorten gastro-intestinale tumoren;
c) het opstellen van een multidisciplinair behandelingsplan bestaande uit chirurgie, radiotherapie en/of systemische therapie voor primaire gastro-intestinale tumoren, inzonderheid tijdens het multidisciplinair oncologisch consult;
d) het correct verstrekken van de systemische behandelingen van primaire gastro-intestinale tumoren, met inbegrip van de kankerbestrijdende chemotherapie en hormonotherapie, en de biologische en genetische behandelingen met het doel om de patiënt met dit soort tumor te genezen, zijn staat te stabiliseren of zijn oncologische palliatieve behandeling te verzekeren;
e) het correct beheren van de risico's en bijwerkingen van deze systemische kankerbehandelingen;
f) het beleid bij tumorale en iatrogene complicaties of urgenties;
g) de registratie en de classificatie van tumoren, in het bijzonder van de primaire gastro-intestinale tumoren;
h) het begrip van het belang van het multidisciplinaire aspect van het behartigen en behandelen van een oncologische patiënt en dus ook de rol en interacties met de geneesheren-specialisten van andere specialismen, zoals onder meer de geneesheren-specialisten in de heelkunde, in de radiotherapie-oncologie, in de medische oncologie, in de pathologische anatomie, in de röntgendiagnose en in de nucleaire geneeskunde, maar ook met de huisartsen, de verpleegkundigen, de psychologen, de kinesitherapeuten en de paramedici zoals diëtisten;
i) de conceptie en de wetenschappelijke evaluatie van klinische proeven in de oncologie;
j) de deelname aan de verschillende aspecten van palliatieve zorg en meer bepaald de pijnbeheersing en de palliatieve technische, met name endoscopische ingrepen.
HOOFDSTUK II. - Bijkomende specifieke criteria voor het behoud van de erkenning in de oncologie voor geneesheren-specialisten in de gastro-enterologie, vastgesteld overeenkomstig artikel 11, § 2, 4°, van het voornoemde ministerieel besluit van 26 september 2007
Art.2. Om het bewijs te leveren dat de houder van de bijzondere beroepstitels van geneesheer-specialist in de gastro-enterologie en in de oncologie daadwerkelijk de oncologie uitoefent als hoofdactiviteit in het kader van zijn dagelijkse wetenschappelijke, technische, klinische en poliklinische beroepsactiviteiten, behalve het bewijs bedoeld in artikel 11, § 1, 3°, van het voornoemde ministerieel besluit van 26 september 2007, beantwoordt de houder ook aan de volgende criteria vastgesteld overeenkomstig artikel 11, § 2, 4°, van het voornoemde ministerieel besluit van 26 september 2007 :
de houder besteedt meer dan 50 % van zijn professionele tijdsbesteding aan alle aspecten van de systemische behandeling van primaire gastro-intestinale kankers met inbegrip van de kankerbestrijdende chemotherapie en hormonotherapie, de biologische en genetische behandelingen met het doel om de patiënt te genezen, zijn staat te stabiliseren of zijn oncologische palliatieve behandeling te verzekeren.
HOOFDSTUK III. - Bijkomende specifieke criteria voor de erkenning van stagemeesters in de oncologie voor geneesheren-specialisten in de gastro-enterologie, vastgesteld overeenkomstig artikel 12, § 4, van het voornoemde ministerieel besluit van 26 september 2007
Art.3. Wie erkend wenst te worden als stagemeester voor de bijzondere beroepstitel in de oncologie bedoeld in artikel 2 van het voornoemde koninklijk besluit van 25 november 1991 voor geneesheren-specialisten of specialisten in opleiding in de gastro-enterologie, beantwoordt, behalve aan de criteria voor de erkenning van stagemeesters bedoeld in artikel 12, §§ 1, 2 en 3, van het voornoemde ministerieel besluit van 26 november 2007, eveneens aan de volgende bijkomende criteria vastgesteld overeenkomstig artikel 12, § 4, van het voornoemde ministerieel besluit van 26 september 2007 :
1° de stagemeester organiseert minstens één maal per week een multidisciplinair oncologisch overleg dat toegespitst is op de behandeling van primaire gastro-intestinale tumoren;
2° de stagemeester ziet erop toe dat de geneesheer-specialist of de specialist in opleiding in de gastro-enterologie, kandidaat in de oncologie een multidisciplinaire opleiding geniet in alle domeinen van de gastro-intestinale oncologie, rekening houdend met de erkenningscriteria voor de kandidaten bepaald in artikel 1, en zal hen, indien nodig, toelaten deel te nemen aan de activiteiten van andere gespecialiseerde diensten;
3° de stagemeester ziet erop toe dat de geneesheer-specialist of de specialist in opleiding in de gastro-enterologie, kandidaat in de oncologie deelneemt aan de activiteiten van het multidisciplinair oncologisch consult voor primaire gastro-intestinale tumoren;
4° de stagemeester kan de opleiding verzekeren van geneesheren-specialisten of specialisten in opleiding in de gastro-enterologie, kandidaten in de oncologie ten belope van één per 50 jaarlijkse nieuwe patiënten met gastro-intestinale tumoren die in de stagedienst behandeld worden.
HOOFDSTUK IV. - Bijkomende specifieke criteria voor de erkenning van stagediensten in de oncologie voor geneesheren-specialisten in de gastro-enterologie, vastgesteld overeenkomstig artikel 13, § 3, van het voornoemde ministerieel besluit van 26 september 2007
Art.4. Om als stagedienst voor de bijzondere beroepstitel in de oncologie bedoeld in artikel 2 van het voornoemde koninklijk besluit van 25 november 1991 voor geneesheren-specialisten in de gastro-enterologie erkend te worden, beantwoordt de betrokken dienst, behalve aan de criteria voor de erkenning van stagediensten bedoeld in artikel 13, §§ 1 en 2 van het voornoemde ministerieel besluit van 26 november 2007, bovendien aan de volgende bijkomende criteria vastgesteld overeenkomstig artikel 13, § 3, van het voornoemde ministerieel besluit van 26 september 2007 :
Binnen de dienst :
1° worden de verschillende soorten gastro-intestinale tumoren behandeld;
2° de activiteiten die het aan de geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de gastro-enterologie mogelijk maken om de nodige bekwaamheden te verwerven om te voldoen aan de criteria hernomen in artikel 1, 2°;
3° worden per jaar een minimum van 100 nieuwe patiënten met gastro-intestinale tumoren aanvaard.
HOOFDSTUK V. [1 - Overgangsbepalingen]1
----------
(1)
Art. 5.[1 § 1. In afwijking van artikel 10, § 1, 2°, van het ministerieel besluit van 26 september 2007 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten houders van de bijzondere beroepstitel in de medische oncologie en van de bijzondere beroepsbekwaamheid in de oncologie evenals van stagemeesters en stagediensten voor deze discipline en deze bijzondere beroepsbekwaamheid, kan worden erkend als houder van de bijzondere beroepsbekwaamheid in de oncologie, de geneesheer-specialist, houder van de bijzondere beroepstitel in de gastro-enterologie die bijzonder bekwaam is in de oncologie van zijn basisspecialisme en die op de datum van 30 juni 2010 sedert tenminste vier jaar de oncologie in zijn basisspecialisme als hoofdactiviteit uitoefent. Hij dient hiertoe een aanvraag in vóór 1 juli 2015.
Het bewijs dat hij bijzonder bekwaam is in de oncologie, kan geleverd worden door onder meer zijn persoonlijke publicaties, door zijn actieve deelname aan nationale en internationale congressen, aan wetenschappelijke vergaderingen in verband met de oncologie van zijn discipline, door een prestatieprofiel dat typisch is voor de oncologie van zijn discipline en tenminste door het feit dat hij gedurende vier opeenvolgende jaren een permanente opleiding in de oncologie heeft gevolgd.
Wordt aanzien als bewijs van het volgen van een permanente opleiding in de oncologie, het feit een permanente opleiding gevolgd te hebben in materies die tot de oncologie behoren, gedurende een aantal uren dat overeenstemt met tenminste de helft van het aantal uren van de permanente opleiding vereist in het kader van de accreditering van geneesheren-specialisten.
§ 2. In afwijking van artikel 10, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, kan een tweejarige termijn van voltijdse uitoefening van de oncologie in de hoedanigheid van kandidaat-specialist in de gastro-enterologie of in de hoedanigheid van geneesheer-specialist, houder van de bijzondere beroepstitel in de gastro-enterologie aangevangen vóór 1 juli 2014 en die desgevallend na deze datum kan worden verlengd, worden gevalideerd als opleiding voor zover hiertoe de aanvraag wordt ingediend vóór 1 juli 2015.
§ 3. De in respectievelijk artikel 12, § 1, 2°, en artikel 12, § 1, 4°, en § 3, van hetzelfde besluit bedoelde anciënniteit van de stagemeester en van de medewerkers in de oncologie voor geneesheren-specialisten in de gastro-enterologie zal pas vereist worden respectievelijk acht en vijf jaar, te rekenen vanaf 1 januari 2015.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij MB 2015-05-18/02, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 13-02-2010>